Leren van aanloopstraten

22 december 2016

We waren met een paar honderd man (m/v) naar het Rotterdamse stadhuis getogen om te bespreken hoe nu onze stadscentra gered zouden gaan worden van de leegstandsproblematiek. Tenslotte had Platform31 zich zo’n anderhalf jaar de benen uit het lijf gehold om gemeenten her en der in het land te mobiliseren om hier eens flink op te studeren, samen met degenen die ermee te maken hebben. Maar het liep anders.

Want de materie is blijkbaar taai, en ingrepen kunnen pijnlijk zijn. Het duurt even voordat het besef van onomkeerbaarheid en daarmee de noodzaak echt structureel anders met de stadscentra om te gaan echt doordringt. Gemeenten willen best wel de regeldruk verlichten en het verder aan “de ondernemers” of “de stakeholders” overlaten. Maar daarmee kom je er niet. Echte nieuwe visies en nieuw beleid worden nog maar mondjesmaat gemaakt. En daar kan alleen goed aan gewerkt worden als de benodigde denkomslag is gemaakt: de focus af van het redden van winkels (om daarmee trouwens ook de winkels te redden). Waarom is dat zo lastig - afgezien van de pijnlijke boodschap aan winkeliers? Een verklaring:

Functionalisme
Een hele generatie planologen, stedenbouwers en architecten is opgevoed (in Delft, Utrecht, Eindhoven en Amsterdam) met functionalisme en functiescheiding. Wonen, werken, winkelen en cultuur moesten ruimtelijk van elkaar worden gescheiden om elkaar niet te hinderen. Zo kregen we de slaapsteden, de bedrijventerreinen, de brainparks, de shopping malls. En zo kregen we ook de monofunctionele stadscentra met straten waar alleen maar winkels zijn. Het is dat de (historische) structuur van onze binnensteden zich niet zo goed leende voor die grootschalige functiescheiding en al dat verkeer, waardoor er, tegen de verdrukking in, iets van stedelijke ambiance is blijven bestaan.

Wonen naast de (stinkende) fabriek doen we niet meer. Maar ook niet meer boven de winkel. De retailguru’s hebben bijgedragen aan het ontstaan van die monofunctionele winkelgebieden, die we allemaal saai vinden.
Dat de winkelier niet meer boven zijn eigen zaak moest wonen is tot daar aan toe, maar dat vrijwel alle woonetages boven winkels in gewone stadsstraten leeg kwamen te staan, enkel en alleen omdat de trap teveel m2 kostte, en een voordeur naar een bovenwoning het winkelfront zou onderbreken…De winkeliers hebben dus zelf in eerste instantie leegstand gecreëerd!

Woningleegstand weliswaar, maar daarmee hebben ze bijgedragen aan de ontvolking van stadscentra, waarmee hun eigen meest vanzelfsprekende draagvlak verzwakte. Het draagvlak dat ze nu zo hard nodig hebben: veel mensen die vlakbij wonen, die dus gemakkelijker even naar de winkel kunnen, en dus minder zouden kiezen voor internetshoppen dan mensen die anders een rit naar de stad moeten maken. Een stad waar, als het aan die winkeliers had gelegen, ook niks anders te doen is dan winkelen. En waar leegstand goedkoper schijnt te zijn dan huurverlaging of transformatie. Als het gaat om winkelleegstand en verloederende stadscentra en aanloopstraten, heeft de retailwereld wel wat boter op zijn hoofd. Laten we echter wel onderscheid maken tussen de echte (zelfstandige) ondernemers, winkeliers met een eigen winkel en hart voor de zaak en betrokkenheid bij de omgeving, en de grote winkelketens en vastgoedeigenaren op afstand. En laat dan de stadscentra vooral leren van de aanloopstraten waar die echte betrokken mensen al jaren volop aan oplossingen werken en successen boeken.

Stadshart als ontmoetingsplek
Opmerkelijk dus dat het in het Rotterdamse stadhuis, waar vorige week de afronding werd gevierd van de projecten ‘Verlichte regelgeving’ en “aangename aanloopstraten”, na 2 jaar studeren op de binnenstadsproblematiek en die van de aanloopstraten, nog steeds niet goed lukte de eenzijdige focus van die winkels af te krijgen. Alleen het panellid van de projectontwikkelaar bleef hardnekkig en zeer terecht melden dat er vooral ook woningen in de binnensteden bij moeten komen. Over andere programma’s dan winkelen en wonen werd niet gerept. Niets over kansen voor cultuur, onderwijs, horeca, openbare diensten, zorg, recreatie, openbaar groen, om maar eens wat te noemen? Het stadshart als ontmoetingsplek en niet in eerste instantie als winkelcentrum - we zijn er blijkbaar nog (steeds) niet aan toe. Kunnen er nog maar niet wennen dat het aantal winkels echt verder gaat afnemen. En dat alleen de diversificatie van het programma van de stadscentra winkels kan redden.

Perspectief bieden
Dus bleef het bij discussiëren over een onontkoombare ontwikkeling, zonder een helder, zinnig, realistisch of aangenaam perspectief.
Waarom nou niet eens echt aan de slag met die diversificatie (waarvoor verlichting van de regeldruk best een middel kan zijn), door te experimenteren en te oefenen met het ontwerpen van die diverse andere programma’s in de gebouwen en de openbare ruimte? Kijken of we die gebouwen kunnen transformeren om ze daar geschikt voor te maken. Hoe zien de concrete ingrepen in de openbare ruimte en in de gebouwen er dan uit? Daarover ging de workshop die ons bureau mdbs daar hield (In samenwerking met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed), en dat is dus nog (steeds) pionierswerk.

Voor de stadscentra staat dat nog helemaal in de kinderschoenen. Die hebben, meer dan de aanloopstraten, last van zaken als anonieme eigenaren/beleggers die leegstand minder lastig vinden dan transformatie, en overal dezelfde winkelketenwinkels. Ze kunnen nu beter hun licht opsteken bij de aanloopstraten. Want juist daar zijn er al wel allerlei succesvolle initiatieven. Van en met betrokken ondernemers en bewoners. We denken aan de West-Kruiskade, maar ook aan straten in het Oude Noorden van Rotterdam, de Jan Eef en de Csaar Peterstraat in Amsterdam. Maar er zijn er meer. Gemeenten boeken daar echt direct concrete resultaten met zeer doelgerichte verlichting van regels, dus echt faciliteiten, met echte participatie. Met aanloopstraten die transformeren naar levendige stedelijke gebieden met de focus op ontmoeting en verblijf, met een aangename ongedwongen mix van wonen, winkels, horeca, cultuur en andere functies. Ga maar kijken.

TERUG

DELEN

Uw reactie plaatsen: