Beppers en Peppers

Blog - 4 maart 2020

Stedenbouwkundige of architect word je niet zomaar. Dat zou me ook wat zijn: als iedereen die even aan een bouwkundige opleiding of functie heeft gesnuffeld zomaar de verantwoordelijkheden op zich zou kunnen nemen die de vertegenwoordigers van deze beroepsgroep dragen: De inrichting en het aanzien van ons land maken en verbeteren, met goede, weloverwogen, doordachte plannen en ontwerpen.

Daarvoor doe je na de middelbare school vijf tot acht jaar studie aan universiteit of aan hogeschool en academie van bouwkunst, en dan ben je er nog niet helemaal. Dan heb je weliswaar een Masterdiploma op zak, maar een architect of stedenbouwkundige ben je nog niet.

Want om die titel te mogen voeren moet je Ingeschreven worden bij het Architectenregister. En eerst nog twee jaar ervaring opdoen in het vak. Om die begerenswaardige titel te mogen voeren, moest er eigenlijk staan. Enkele honderden afgestudeerden volgen momenteel de BEP of de PEP om zover te komen. Het voltooien van de Beroeps Ervaring Periode of de Professional Experience Program geeft toegang tot het architectenregister*. De fine fleur van de toekomstige generatie levert daarvoor een forse inspanning, ook in tijd en geld, met ondersteuning van hun werkgevers. Zodat straks duidelijk is: dit zijn de mensen die hun vak verstaan.

Wie betaalt bepaalt
Maar wat blijkt? Is die titel echt wel zo begerenswaardig? Bij de stedenbouwers in de echte wereld is helemaal geen besef van de titelbescherming. Of ze doen alsof. Degenen die het hoogste woord voeren zijn natuurlijk de commerciële jongens (en meisjes) van de projectontwikkelaars, onder het motto ‘Wie betaalt bepaalt’: Hoezo titel? Hoezo stedenbouwkundige? Dat is toch die figuur van de gemeente die onze mooie plannen straks gaat afstempelen?

Die figuur van de gemeente houdt wijselijk zijn of haar mond. Want die heeft ook geen titel. Maar zijn/haar werkgever heeft hem/haar wel als zodanig naar voren geschoven. Het gaat hier niet alleen om kleine plaatsen in Brabant of Drenthe, maar ook gewoon over Rotterdam en Amsterdam. En bovendien: nergens staat dat je zonder titel niet kunt bouwen. Of ontwerpen, of beslissen. We hebben titelbescherming, geen beroepsbescherming. En de titel beschermen we op deze manier ook niet.

Aangifte doen
Want vooralsnog is de wet op de titelbescherming een papieren tijger. Wat kun je doen als je titelmisbruik signaleert? Dus als iemand als stedenbouwkundige of architect vermeld staat terwijl die persoon niet als zodanig in het architectenregister is opgenomen en dus die titel niet mag dragen? ‘Aangifte doen’ bij het Bureau Architectenregister. Dat wil zeggen: het vermeende titelmisbruik melden, en dan gaat het bureau dat verifiëren, en degene die de titel misbruikt tot de orde roepen.

Dat werkt, inzoverre dat degenen die wel de kwalificaties hebben maar niet ingeschreven staan dat alsnog doen, of (tijdelijk) afzien van het titelmisbruik. Maar sancties zijn er niet of worden niet ingezet. En bovendien: klikken doen we niet graag.

Nep-stedenbouwkundigen
Is dat misbruik van de titel dan zo erg? Het is net als bij al die akkefietjes van prominente politici. Niets menselijks is hen blijkbaar vreemd. En dat vinden velen stiekem een geruststelling – want dan is hun eigen gerommel ook niet zo erg toch?

Iemand die dat allemaal geen punt vindt, moeten we ons even voorstellen in de stoel bij de tandarts, terwijl deze de boor aan de assistent overhandigt met de woorden: “Doe jij het effe?”. Als de patiënt protesteert zegt de assistent: “Ach, wat maakt het uit, we hebben allebei geen titel”.

Maar net zoals die nep-tandarts of assistent misschien best een gaatje kan vullen, kan de nep-stedenbouwkundige best een plannetje schetsen, en degene die het beoordeelt heeft zelf misschien ook geen titel. (Dat staat los van de vraag of iemand zonder conservatoriumopleiding toch een hele goede muzikant kan zijn, of als autodidact een goede ontwerper.)

Mijn oproep aan gemeenten: Wees stoer en zeg: wij hebben voor onze ruimtelijke ordening en stedenbouw geen stedenbouwkundige nodig. Of je schakelt een echte, geregistreerde, gekwalificeerde stedenbouwkundige in. Maar als gemeente doen alsof je de titelwet niet kent, dat moet afgelopen zijn.

Supervisie en intervisie
Het mooie van de BEP en de PEP is dat daarmee iets wordt geïntroduceerd, wat in de wereld van architecten en stedenbouwers tot nu toe ontbreekt. Supervisie en intervisie. In veel professionele beroepsgroepen heel gewoon, maar bij ontwerpers altijd met de nodige argwaan tegemoet getreden: Dat je je plan, je ontwerp, je werkwijze, je beroepsuitoefening moet bespreken met collega’s.

Een interessant, leerzaam, nuttig en nodig klankbord. Zodat een helder inzicht van een collega nog ingezet kan worden. Zoals chirurgen samen een behandelplan bespreken. Geregistreerde architecten en stedenbouwkundigen moeten vakmensen zijn die het normaal vinden hun werk onder elkaar ter discussie te stellen en zo hun vak en vakmanschap verder te ontwikkelen.

Door de ‘dwang’ van de wet op de architectentitel komt er nu een generatie architecten en stedenbouwkundigen aan die daarmee is opgegroeid. Dat is namelijk wat er in de BEP en de PEP gebeurt: voortdurende toetsing van de ervaring die je in je vak opdoet en van de producten die je maakt aan datgene wat je collega’s doen, en je mentor, en de begeleiders van de BEP en de PEP. Je kunt voortdurend kritische vragen stellen, je kunt je werkgever erop wijzen dat je geacht wordt op alle fronten van het vak ervaring op te doen.

Wapenen
Het mooie van de BEP is ook, en ik spreek uit ervaring**, dat de kandidaten zonder uitzondering serieuze, intelligente, creatieve, gedreven en gemotiveerde vakbeoefenaren zijn. Dus er is hoop voor de stedenbouw.

Maar deze jonge garde zal zich moeten wapenen tegen een fors leger van ‘collega’s’ die zonder titel en zonder deze noodzakelijke ervaring hetzelfde vak uitoefenen. Al of niet met daadwerkelijk misbruik van de titel. Natuurlijk winnen de echte stedenbouwkundigen die strijd glansrijk doordat ze betere professionals zijn. Maar zolang gemeenten en de vakwereld zo achteloos omgaan met de titel, en er blijk van geven er geen waarde aan te hechten, moeten de Beppers en de Peppers zich straks ook afvragen:

Hé, ik heb hierin geïnvesteerd, ik heb geld en tijd en energie in deze titel gestoken. Het zal me toch niet gebeuren dat de eerste de beste beunhaas straffeloos mijn titel misbruikt? En mijn mooie vak naar beneden haalt?

*In de opleiding aan de Academies van Bouwkunst is de beroepservaring geïncorporeerd, zodat hun alumni zich direct kunnen inschrijven.
**Matthijs de Boer is lid van de Commissie BeroepsErvaringPeriode van het bureau Architectenregister

TERUG

DELEN

Uw reactie plaatsen: