München, dat is zo'n stad waar je zou willen wonen

Blog - 12 november 2019

Op de dag dat we in München aankwamen overleed daar Ingo Maurer, de grote Duitse lichtontwerper die in die stad al decennia zijn basis had. Een enorme lichtkrant in het centrum memoreerde hem. Zijn werk zal bij vele inwoners van München bekend zijn, zonder dat zij weten wie de ontwerper was: de naar zijn ontwerp intens gekleurde en verlichte metrostations moeten indruk hebben gemaakt, evenals vele andere lichtontwerpen en armaturen in publiek toegankelijke gebouwen in München.

Duurzaam alternatief

Er is nog een reden om hem te noemen, een die indirect, via een gedachtenkronkel met München en Duitsland te maken heeft. Maurer’s felle protest tegen het verbod op de gloeilamp was in zekere mate de katalysator voor het ontwikkelen van extreem zuinige verlichting met een goede lichtkleur. Maurer vond, terecht, dat zolang het enige alternatief de spaarlamp met zijn keiharde gelige licht was, de kwaliteit van onze leefwereld het niet zonder de gloeilamp kon stellen. Zijn pleidooi werd gehoord en bij het ontwikkelen van ledlampen heeft de lichtkleur daardoor veel aandacht gekregen. Ledlicht is in extreem korte tijd ingeburgerd geraakt als waardig alternatief voor de gloeilamp.

Zo zou het ook met niet-vervuilende vervoermiddelen moeten gaan. En op dat gebied heeft München, de thuisstad van de Bayreische Motoren Werke een inhaalslag voor de boeg. Weliswaar wordt er al veel gefietst, maar fietspaden en stallingen zijn duidelijk geïmproviseerd binnen een wegprofilering die daar niet voor is bedacht. Dat vergt wat tijd. Intussen blijft het overgrote deel van de Müncheners gewoon in hun diesel of benzineauto rijden, voor elektrische auto’s zijn nog nauwelijks voorzieningen. We weten hoe de Duitse autoindustrie meestribbelt bij de transitie. Dus misschien zou ook hier de volgorde verbod-protest-ontwikkeling sneller werken, net als bij de gloeilamp. Dus verbied de fossiele auto, laat het protest maar komen en leiden tot een veel snellere ontwikkeling van alternatieven. 

Prima geregeld

Wat wel gezegd moet worden, is dat de Münchener automobilist een beschaafde weggebruiker is, die met uiterste voorzichtigheid het nog betrekkelijk nieuwe fenomeen van de fietser in het stadsverkeer benadert. München is op weg om een prima fietsstad te worden, maar de infrastructuur is er nog niet klaar voor. Juist omdat de fietser het ene stuk op het trottoir moet rijden en het volgende plotseling weer op de rijbaan, zijn automobilisten overwegend alert, voorzichtig en ook beleefd. Het verkeer is wel druk maar niet hectisch. Dat levert een aanzienlijke bijdrage aan de positieve beleving van de stad. Daar kunnen Nederlandse chauffeurs een voorbeeld aan nemen. 

Italiaanse ook trouwens. München wordt wel de meest noordelijke Italiaanse stad genoemd, maar dat geldt dus zeker niet voor het gedisciplineerde verkeer. Totaal niet Italiaans. En bij nadere beschouwing ook de sfeer in de stad niet, de bebouwing niet, de straatprofielen niet. De pleinen niet. In Nederland noemen we Giethoorn trots het Venetië van het noorden. Maar noemen de Italianen Venetië ook wel het Giethoorn van het zuiden? Zo is München ook niet de noordelijkste Italiaanse stad maar eerder gewoon de zuidelijkste grote stad van Noord Europa. Maar dan wel met prettige eigenschappen van het noorden èn het zuiden. Alles prima geregeld zoals we dat in Noord-Europa gewend zijn, en alles even relaxed zoals dat gaat ten zuiden van de Alpen.

Joie de Vivre op zijn Duits

München heeft zo op het eerste gezicht alle voordelen van de grote stad, zoals we die in Nederland niet kennen. Het is zo’n stad waar je tijdens je citytripje denkt: hier zou ik wel es willen wonen. Een compact centrum waar het, ook als de winkels ’s avonds sluiten, gezellig druk blijft op straat. (het historische centrum ja, maar vrijwel alle gebouwen zijn herbouwd, of gebouwd in historiserende stijl, dat wel). Daaromheen een aantal wijken met centrumallure: levendige horeca, winkels, werk en wonen in hoge dichtheid en een ontspannen kleinschalige mix. In Maxvorstadt bijvoorbeeld en in de straten rondom het charmante Gärtnerplatz. Dit plein is niet alleen perfect rond, met zes straalsgewijs aansluitende straten die het tot het natuurlijke centrum van de buurt maken. Ook is het een sfeervol en levendig plein vol stedelijke activiteit in de plinten van de gebouwen. Veel groen, net als overal in de stad. En München heeft een concentratie van topmusea die zij weerga niet kent, aan de noordzijde van het centrum in Maxvorstadt. Naast de Alte en de Neue Pinakothek en de Pinakotek der Moderne (waarin weer vier verschillende musea zijn opgenomen waaronder het architectuurmuseum) zijn er het Lehnbachhaus, het Brandhorstmusuem, het immer controversiële Haus der Kunst, en nog tientallen andere musea, tot en met het Bier- und Oktoberfestmuseum. Een enigszins achtergebleven wijk aan de overkant van de rivier, die nu in opkomst is en ‘the place to be’: Haidhausen. En heel veel horeca. Joie de Vivre op zijn Duits. Of is dat nou dat Italiaanse? Dolce Vita… Misschien is het alleen het hoge percentage Italiaanse restaurants dat München Italiaans zou moeten maken, maar daar staat dan weer tegenover dat het aantal Bierkeller en Biergärten er echt beduidend hoger is dan in Milaan of Turijn.

Is het niet fijn dat Italiaanse steden heel anders zijn dan die in Duitsland en vooral München? Is dat niet het mooie van Europa? De prijs van een glas wijn doet weer Scandinavisch aan: het kost wat, maar dan heb je ook wat.

 

TERUG

DELEN

Uw reactie plaatsen: