Schouwburgplein - driemaal is scheepsrecht?

Blog - 22 juni 2020

In 2014 sprak ik in een blog de hoop uit dat het Schouwburgplein snel weer aan de beurt zou zijn voor een herinrichting, zodat het een waardig vervolg zou worden van de schitterende nieuwe route vanuit het station naar de binnenstad. Binnenkort is het zover. Het gerucht gaat, aldus NRC van 30 mei , dat Adriaan Geuze een derde kans krijgt.

Is dat een goed idee na de voorgaande versies? De Binnenrotte is er mijn inziens met een andere ontwerper niet op vooruit gegaan. Minder stoer Rotterdams geworden en te modieus. De dubbele rij platanen die net wat begon te worden moest weer weg. Zal wel een reden voor zijn geweest, maar zo ga je niet met bomen om. Het is sowieso hèt probleem van de Nederlandse pleinen in het algemeen en die van Rotterdam in het bijzonder, dat ze telkens naar een jaar of tien weer helemaal op de schop schijnen te moeten. Een goed plein gaat een eeuw mee.

 

Voor het Schouwburgplein worden er nu “nieuwe” inzichten verkondigd die in mijn blog van 2014 staan te lezen. Ook toen niet nieuw, het gaat om dingen die al uitentreuren met de gemeente waren besproken, omdat ze de logische basisprincipes van elk stadsplein betreffen: Een goed plein loopt van “plint tot plint”, het plein is van de voetganger en dus autoluw, en het is goed bruikbaar voor waar het voor bedoeld is en tenslotte heeft het een aangenaam verblijfsklimaat. Maar in autostad Rotterdam frustreerde vooral het tweede principe van deze vier tot 2x toe het maken van een fijn Schouwburgplein.

Maar nu is de tijd rijp voor een plein van plint tot plint, volgens NRC omdat Rotterdam nu een wethouder voor duurzaamheid heeft. Krijgen we dan ook een duurzaam plein, in de betekenis dat het een eeuw meekan? 

Die plinten hebben nog wel enige toelichting nodig. Is bij een kamer in een huis de plint meestal een houten lat die ervoor dient de rafelige ontmoeting tussen de vloer en de wand onzichtbaar te maken, bij een plein is het juist de plek waar de ontmoeting zich bij uitstek manifesteert. Daar vindt de interactie plaats tussen plein en gebouw, tussen de openbare ruimte en de binnenwereld van de theaters, de cafés en andere stedelijke gebouwen die gedijen aan een fraai en levendig plein. En daar faalden de vorige versies van het Schouwburgplein, met name bij de belangrijkste theaters. Zowel de Doelen als de Schouwburg hebben last van een weinig uitnodigende entree, zonder presentatie aan het plein, omdat juist daar een autoweg voorlangs loopt. Het plein is aan die zijden eigenlijk meer een bouwblok zonder dak, omgeven door straten. De bioscoop tenslotte staat niet aan het plein maar op het plein en is daar veel te groot, te armoedig en te ontoegankelijk voor. 

 

Het inzicht dat een plein loopt van “plint tot plint” is zoals gezegd allerminst nieuw, maar bovendien incompleet. Het gaat niet alleen om de plint. Het plein is in eerste instantie de hele ruimte tussen de gebouwen die het omsluiten, die er een pleinruimte van maken. Het gaat ook om zaken als de hoogte van die gebouwen en hun architectuur, met ruimtelijke accenten, eventueel symmetrie-assen 1), arcades, entrees van gebouwen, de onderbrekingen van de pleinwanden, waar dus straten toegang geven tot het plein. Dan pas komt de “vloer” van het plein en de inrichting daarvan. Je kunt die dingen niet los van elkaar zien. Dan gaat het mis en wordt het geen goed plein, hoe mooi de inrichting ook is ontworpen. Het aan Rem Koolhaas toegeschreven ontwerpprincipe “fuck the context” is niet het mijne, ik denk ook niet dat van Geuze, en zeker niet op pleinen van toepassing.

 

Daarom bij deze nog maar een keer een pleidooi voor een zorgvuldige, complete en frisse ontwerp-analyse, voordat welke ontwerper dan ook zich over de keuze van de vloerbedekking en het meubilair buigt. Teken bijvoorbeeld eerst eens een goede Nolli-Kaart 1) die laat zien hoe de entrees en de publiek toegankelijke ruimtes van de Schouwburg en de Doelen de gewenste interactie met het plein kunnen krijgen. Kijk eens wat de architectuur van de gebouwen rondom met het plein doet en vice versa. Het is geen toeval dat de symmetrie-as van de Schouwburg recht tegenover de entree van de Doelen ligt. Maar nu is er nauwelijks een ruimtelijke relatie. Met een goed plein ertussen, van plint tot plint, kunnen deze functies elkaar versterken en uitgroeien tot ‘Culturele Hub’ van Rotterdam. In het kader van mijn studie naar publieke interieurs van de stad (2011) is er (door architecten Scheurwater en van den Hoven) geschetst aan een prachtige forse luifel boven een nieuwe ingang van de Doelen aan het Schouwburgplein, met daarop een fraai balkon aan de foyer op de eerste verdieping, waar je dus in de pauze van een concert eigenlijk bijna òp het plein, met uitzicht, van je drankje zou kunnen genieten. Fantastisch toch? Ik zeg doen.

 

 

Als Geuze het kan opbrengen een integrale analyse te doen, bij wijze van spreken alsof hij het plein voor het eerst ziet, en de discussie niet begint met naaldhakken of yogamatjes, zoals in NRC wordt gesuggereerd, kan het ontwerp goed worden en is driemaal scheepsrecht.

 

 

 

1)

Giambattista Nolli tekende in 1748 zijn beroemde kaart van Rome, waarop het netwerk van straten en pleinen zichtbaar is in relatie tot de toegankelijke gebouwen en binnenhoven, die samen het publieke interieur van de stad vormen

 

TERUG

DELEN

Uw reactie plaatsen: